Standpunten

Kabinetsvoorstellen Passend onderwijs, het overzicht

Geplaatst op woensdag 11 januari 2012 om 12:07

De brief van het kabinet Rutte over de invoering van Passend onderwijs heeft een ingrijpend karakter. Dit zijn de hoofdlijnen van het voorgestelde beleid:

  • Elke school heeft een wettelijke zorgplicht. Deze plicht garandeert de werking van Passend onderwijs.
  • Wettelijke geografische regionalisering van de zorg in de scholen (het primair - en voortgezet onderwijs tijdelijk afzonderlijk georganiseerd).
  • De bekostiging van de zorg in de geografische eenheden zal een lumpsum zijn en gebudgetteerd. Tekorten moeten worden opgevangen door de zogenoemde basisbekostiging van de scholen. Er zal geen openeinde bekostiging meer zijn. Dit geldt ook voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs.
  • Op termijn zal de gemeente over het volledige (jeugd)zorgdomein gaan.
  • De invoering van Passend onderwijs zal gepaard gaan met een bezuiniging van 300 miljoen op de totale zorgbudgetten (de kosten daarvan: 2,2 miljard; hierop wordt 300 miljoen bezuinigd).

Tot zover de hoofdlijnen. Welke maatsregelen zijn hiervan het gevolg? We volgen het wettelijk kader. 

  1. De scholen hebben een zorgplicht. Aangemelde leerlingen en zittende leerlingen die niet meer door de school geholpen kunnen worden, moet zij op een andere school zien te plaatsen.
  2. De aanmelding van (alle) leerlingen wordt wettelijk. Ouders moeten schriftelijk hun kind aanmelden bij de school die hun voorkeur heeft. De aanmelding kan ter plaatse centraal zijn georganiseerd.
  3. Elke school beschikt over een onderwijszorgprofiel: haar standaardaanbod plus de gespecialiseerde zorg die zij biedt.
  4. Voor elke zorgleerling wordt een zogenoemd ontwikkelingsperspectief opgesteld, ter vervanging van het huidige handelingsplan.
  5. De hierboven bij de hoofdlijnen genoemde wettelijke geografische eenheden worden ‘samenwerkingsverbanden Passend onderwijs’ genoemd. Alle leerlingen in het betreffende gebied zijn de zorg van dit verband, ook de thuiszittende leerlingen en voortijdige schoolverlaters.
  6. Het samenwerkingsverband heeft een afzonderlijke rechtspersoon, in het leven geroepen door de schoolbesturen in het betreffende gebied.
  7. Deze rechtspersoon ontvangt de zorgbekostiging, wijst de middelen toe en legt verantwoording af aan de Inspectie en aan de betreffende gemeente.
  8. De bekostiging van de nieuwe geografische eenheden zijn gebaseerd op de landelijke verevening van de bedragen, die op dit moment nog zijn gestoeld op de landelijke indicatiestelling; die wordt afgeschaft.
  9. Een onderscheid wordt gemaakt tussen lichte – en zware zorg. Budget voor de tweede zorg wordt eerst toebedeeld, de resterende middelen zijn voor de eerste, lichte zorg. De budgetten zijn genormeerd (normbedragen) en verevend op basis van alle leerlingen. De achteruitgang van de speciale scholen, die deze verevening teweeg brengt, verschilt onderling sterk.
  10. Ambulante begeleiding wordt ter discussie gesteld. Haar effect zou onduidelijk zijn. De bekostiging wordt met 55% teruggebracht.
  11. Het budget ten behoeve van professionalisering, dat de vorige regering beschikbaar stelde (150 miljoen in 2013), wordt voor een deel geoormerkt en bestemd voor Passend onderwijs.
  12. De gewone scholen moeten meer zorgleerlingen opnemen. De regering wil de 110.000 zorgleerlingen die er nu zijn, met 40.000 doen laten verminderen.
  13. De Regionale Expertisecentra worden opgeheven. De betreffende speciale scholen hebben een basisbekostiging zoals de gewone scholen. Hun extra middelen worden voortaan toegewezen door het bestuur van hun gebied.
  14. De Inspectie controleert de kwaliteit van de samenwerkende schoolbesturen: hun bestuurskracht als samenwerkingsverband, hun middelentoewijzing, maar ook de speciale vakbekwaamheid van de leraren (ook op de gewone scholen) en zij controleert de behaalde resultaten (‘toegevoegde waarde’) per zorgleerling (thuiszitters en voortijdige schoolverlaters incluis). Zo ontstaat een ‘zorgfactor’, een benchmark, die door haar wordt afgezet tegen het zogenoemde referentiekader, dat nog moet worden uitgewerkt.

We hebben een aantal kanttekeningen bij de kabinetsbrief.

  • Passend onderwijs is in een stroomversnelling terechtgekomen. Opmerkelijk, want de aanpak van zorgonderwijs mag een ‘ongetemd probleem’ worden genoemd. We weten niet echt hoe dat moet – voor elke zorgleerling passend onderwijs. De noodzakelijke bezuiniging op de overheidsuitgaven lijkt dit probleem te gaan forceren.
  • De kabinetsbrief luidt een stelselombouw in. Een nieuwe bestuurslaag wordt gecreëerd die, wat onderwijszorg betreft, boven de betrokken schoolbesturen staat. Dat de gemeente op termijn over het volledige (jeugd)zorgdomein zal gaan, zoals het kabinet schrijft, is omineus. Het is niet denkbeeldig dat zij in de toekomst de nieuwe bestuurslaag ‘overneemt’, een maatregel die dan efficiënt en doelmatig genoemd zal worden. De school zal dan wat haar kerntaak aangaat, twee overheden kennen.
  • Het regeringsplan betekent een complexe operatie, die veel aandacht van scholen zal opeisen. Dit zal waarschijnlijk ten koste gaan van andere doelen die de regering heeft: minder zwakke scholen, meer focus op kernvakken, een verhoging van kwaliteit door ingrepen in de schoolorganisatie (een uniforme toetsstructuur), prestatiebeloning van leraren. Dit alles bij elkaar zal – zacht uitgedrukt – gaan wringen.
  • Hoe zal het er toe gaan in de nieuwe gebieden? Hoe zullen de verhoudingen tussen schoolbesturen zijn? Gaan de grote domineren? Kiezen kleine besturen uit nood voor schaalvergroting? Nieuwe fusies zijn niet denkbeeldig. Een test voor de fusietoets, die de Eerste Kamer kortgeleden goedkeurde.
  • De Tweede Kamer heeft de regering opgeroepen in de bureaucratie rond scholen de bezuinigingen te vinden. Heeft zij wel aan deze wens voldaan? Het zijn toch vooral zorgbudgetten, die worden verminderd of afgeschaft. Wat is bureaucratie trouwens? Ook in de nieuwe opzet zal overleg nodig zijn, procedures zullen worden opgesteld, mensen aangesteld om in de nieuwe gebieden bovenschoolse werkzaamheden in goede banen te leiden.
  • 40.000 zorgleerlingen minder. Hoe? Door hen niet meer als zodanig te indiceren of hen een lichtere zorg te bieden – op de gewone scholen. Hoe zal dat uitpakken? In de gemeenten buiten de grote steden staan de scholen met betrekkelijk grote klassen. De werkdruk van leraren zal daar wel hoog zijn. Toch zullen klassen nog groter worden en meer leerlingen zullen speciale aandacht vragen. Dit gaat ten koste van de gewone scholen.
  • Het is mogelijk dat een samenwerkingsverband kinderen naar speciale scholen zal sturen, terwijl de middelen daarvoor zijn uitgeput. Die maatregel zal dan ten koste gaan van de basisbekostiging van de gewone scholen in het betreffende gebied.
  • Ten slotte. Passend onderwijs is slechts denkbaar met indicatiestelling van kinderen. Met één pennenstreek is de (landelijke) indicatiestelling afgeschaft. Toch zal ze in de nieuwe gebieden weer nodig zijn.

Dit bericht is van de katholieke onderwijsbonden, de Bond KBO en de Bond KBVO. Voor uw contacten: drs. Freek Pardoel, T 0348 – 744 122, E f.pardoel@vkonet.nl.

lettergrootte: normaal | groter | extra groot
RSS nieuwsfeed
afdrukweergave