Publicaties
Schoolbestuur 6: Schoolpraktijken zijn duurzaam
Met Jos de Mönnink, Andries Baart.
Het denken in termen van beheersbaarheid, controle en opbrengsten lijkt standaard te worden in het onderwijs. Daarbij wordt veelvuldig gebruik gemaakt van meetinstrumenten die knelpunten moeten opsporen en die met passende interventies worden bestreden. En waarvan vervolgens wordt vastgesteld of het resultaat bereikt is. We volgen, zegt onderwijsbestuurder Jos de Mönnink, een lineair, natuurwetenschappelijk, maakbaar model. En vergeten dat dit model beperkte toepassing kent.
Van de achterliggende gedachtegang dat je het onderwijs beheersbaar kunt veranderen, kunnen we, denk ook aan Dijsselbloem, voorspellen dat het niet werkt, zegt hij. Van de weeromstuit is het nodig dat we spreken over duurzaam onderwijs, om te benadrukken dat er ook andere benaderingswijzen zijn.
Het lineaire model is maar beperkt toepasbaar op het ‘product’ van de school, omdat we, afgezien van taal en rekenen, sterk van mening kunnen verschillen over wat het ‘product’ zou moeten zijn. Daarvoor is in het Nederlandse onderwijsbestel ook altijd ruimte geweest. Bovendien is onderwijs een relationele dienst. Leerling en leraar zijn de belangrijkste personen in het ‘productieproces’. In hun contact kan geen sprake zijn van standaarden. Wat wel?
Volgens theoloog Andries Baart is presentie de eerste en meest basale laag in alle onderwijs. Zij is een professionele gestalte van het leraarschap en betekent zoveel als ‘er zijn voor de ander’, in dit geval voor de leerling. Niet als iets vrijblijvends, maar als een betrokkenheid, een wederkerig wordingsproces waarbij van alles kan gebeuren, vaak ook bij toeval. En waarin voor problemen ‘werkendeweg’ samen oplossingen worden gezocht. De praktijk van het onderwijs verloopt nooit eenduidig en is daarom niet te vatten in tabellen.
Eigenlijk was onderwijs altijd al duurzaam, we zijn het alleen wat vergeten.

